Er is iets in Nha Trang dat mijn zenuwen onder constante hoogspanning zet. Caspar heeft nergens last van, maar ik kan niet eens rustig op een muurtje zitten om van de zee te genieten. De stad heeft zeer slechte vibraties. Als het aan mij lag, zouden we gelijk verder reizen naar een andere stad of dorp of berg of goot voor mijn part. Als we hier maar weg komen.
Maar het ligt niet aan mij. We blijven. We bezoeken twee prachtige torens van het oude Chamvolk. Maken foto’s van de krotten aan de rand van de stad. Verheugen ons over onze spotgoedkope kamer met groot balkon. Zitten er ’s avonds met een biertje en kijken hoe de ratten over de straat heen en weer rennen.
En daarna gaan we slapen. Nietsvermoedend. We gaan in bed liggen en ontspannen ons. Alsof het een avond is als alle andere. Alsof de deuren werkelijk op slot kunnen.
(wordt vervolgd)
A. Redhed ©
Hoe overleeft een land een oorlog?
De ondergrondse tunnels waar de mensen vroeger in woonden ter bescherming tegen de bommen zijn breder gemaakt zodat de toeristen ze kunnen bezoeken.
Rond de 'demilitarized zone' viert kapitalisme hoogtij: ieder hotel biedt dagtochtjes aan langs alle oorlogsmonumenten en herinneringen.
De kraters in het landschap worden als wateropslag of visvijver gebruikt.
En in de musea doen ze alsof de goeden gewonnen hebben en alsof iedereen blij was met de bevrijding door de communisten.
(wordt vervolgd)
A. Redhed ©
Bij het woord Vietnam komen meer beelden boven van oorlog, Mash en legerhelikopters, dan van stokjes en rieten hoedjes.
Ook wij komen en willen niet om de Amerikaanse oorlog heen. We zien natuurgebieden, waar vroeger eeuwenoud oerwoud stond en waar nu slechts 30-jaar oude gewassen staan, omdat tijdens de oorlog het Amerikaanse gif alles vernietigd heeft.
Bijna elke stad heeft een oorlogsmuseum, de kraters in de landschappen zijn nog niet gevuld en er wordt nog steeds naar vermisten gezocht.
Sinds het einde van de oorlog zijn 38.849 mensen overleden en 65.852 gewond geraakt door resten van mijnen en andere explosieven.
Wanneer is het echt over?
(wordt vervolgd)
A. Redhed ©
De Duitse Jade uit Engeland is ook op de verjaardag. Ze werkt in de hotelbusiness (staat achter de receptie). Ze heeft overal verstand van en vooral van katten. Ze kent alle soorten en wat voor kenmerken die hebben. Ze is een aandachtsorgel en je houdt haar ongeveer 15 minuten uit. Maar om wille van de goede vrede glimlach ik, luister ik en knik. Tot ze weer haar mond open doet. Of eigenlijk beweegt haar mond altijd, ongeacht of anderen op dat moment aan het praten zijn of niet. Tot ze weer een duit in de kattendiscussie doet:
“Ik heb alleen nog maar echte katten.” Tot hier en niet verder. Niks meer met meedoen om de goede vrede.
“Mijn kat is ook echt,” zeg ik. “Ze is geen decoratie. Ze eet, snurkt en beweegt zonder batterijen.”
Een stilte valt. De kattenkenster vraagt me welke soort ik heb.
“Nou, gewoon. Europese korthaar heet dat geloof ik. Ze komt van een boerderij.”
Jade draait zich om en praat verder met mensen die raskatten hebben met namen als Mozart en Sheba.
Ik vind Jade niet meer aardig. Omdat ze geen stamboek heeft. Ik hou vanaf vandaag alleen nog maar van rasmensen.
We praten drie kwartier over katten, daarna een half uur over vissen. En dat klinkt saaier dan de verjaardag eigenlijk is.
Er zitten mensen in de keuken, er staan mensen op de gang en in de badkamer roken er een paar. C en ik verdelen ons om met zo veel mogelijk nieuwtjes thuis te komen. Op de terugweg in de auto brengen we elkaar op de hoogte. Namen hoef ik niet te kennen. Met de woorden ‘drugsverslaafde’, ‘alcoholverslaafde’ en ‘prostituee’ weet ik gelijk wie er bedoeld wordt.
De opbrengst van gisteravond: de drugsverslaafde schijnt nog steeds samen te zijn met de burgemeester van stad M. Prostituee B. heeft al een jaar geleden de vader van haar kind de deur uitgezet. Ze is nu alleen opvoedende moeder. Niemand heeft durven vragen of ze weer werkt. De ex van de prostituee, getrouwd, kind, blijft vanavond slapen en wel in hetzelfde bed als B. De alcoholverslaafde heeft haar naam laten veranderen, maar C. Is de nieuwe naam vergeten. J. wil niet met haar Engelsman vriend trouwen, want ‘je bedenkt je wel 5 maal voor je met een buitenlander trouwt’. Binnenkort wil ze wel een huis met hem en haar schoonmoeder kopen. Als we thuis zijn, blijven we nog tien minuten in de auto zitten om het geroddel compleet af te ronden.
We verheugen ons op de verjaardag volgend jaar.